Toggle navigation

Contact

Bel onze adviseurs
020 - 344 59 00,
of e-mail ons geheel
vrijblijvend
info@koppeladvies.nl

Geschreven door:
Boyke-Marc Nankoe

08-08-2017

Verleggingsregeling

De DGA wist, of had moeten weten dat het schoonmaakbedrijf indirect deelnam aan BTW-fraude. Dit besliste Hof Amsterdam. Het bedrijf maakte aanspraak op aftrek van voorbelasting. De DGA is bekend met de schoonmaakbranche en daardoor op de hoogte van de geldende verleggingsregeling voor de branche.

Voor het verrichten van de werkzaamheden, maakte het bedrijf gebruik van onderaannemers en diensten van een uitzendbureau. Er werd geen omzetbelasting in rekening gebracht bij de opdrachtgevers, van uitgaande dat de verleggingsregeling moest worden toegepast.

De facturen van de dienstverleners aan het bedrijf waren inclusief BTW. Het bedrijf bracht de BTW-bedragen in aftrek maar de dienstverleners namen deze niet mee in de aangifte. Het Hof kwam tot het volgende oordeel: De dienstverleners hadden opzettelijk de verleggingsregeling niet toegepast en dus te weinig belasting op de aangiften voldaan.

Op deze manier is er sprake van fraude in de handelsketen en wist of had de belanghebbende moeten weten dat zij (indirect) hieraan deelnam, omdat de DGA vanaf de start van de onderneming bekend is met de branche en op de hoogte van de verleggingsregeling.

Terwijl er sprake was van een aan-en-door prestaties, kon de DGA niet uitleggen waarom de verleggingsregeling wel was toegepast bij de opdrachtgevers en niet bij de dienstverleners.

Het Hof oordeelde dat de enige verklaring was dat de DGA op deze manier had willen meewerken aan belastingfraude. Het schoonmaakbedrijf had op deze manier geen recht op aftrek van voorbelasting. Er werd een naheffingsaanslag opgelegd.

Heeft u vragen, met betrekking tot de omzetbelasting? Raadpleeg uw boekhouder!

Hier vindt u de uitspraak.

Engelse versie: Reverse-charge mechanism

Send this to a friend