Toggle navigation

Contact

Bel onze adviseurs
020 - 344 59 00,
of e-mail ons geheel
vrijblijvend
info@koppeladvies.nl

Geschreven door:
Marijn Bitter

21-03-2016

Belastingvrijstelling Koninklijk Huis

Belastingvrijstelling Koninklijk Huis

Een belastingplichtige maakt bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen. Hij meent recht te hebben op deze belasting en premies. Hij doet een beroep op het gelijkheidsbeginsel. De belastingvrijstelling geldt voor bepaalde leden van het Koninklijk Huis. 18 maart 2016 heeft de Hoge Raad hier uitspraak over gedaan. De rechtbank en het hof gaven de belastingplichtige eerder ongelijk hierin.

De Hoge Raad oordeelt onder verwijzing van de conclusie van advocaat-generaal dat de belastingvrijstelling van de koning verband houdt met de bijzondere aard van de vrijgestelde inkomsten,. Persoonlijke en zakelijke inkomsten en uitgaven zijn in zijn functie als Koning moeilijk van elkaar te onderscheiden. De uitkering die de Koning krijgt op grond van de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis (WFSKH) laat zich niet inpassen in het systeem waarop de inkomstenbelasting is gebaseerd.

De uitkering die de Koning krijgt van het Rijk, geldt als netto-uitkering en moet de noodzakelijke en wenselijke uitgaven, voor het uitvoeren van het koningschap, dekken. Vrijstelling van te betalen inkomstenbelasting geldt alleen voor die uitkering en de vermogensdelen die direct zijn verbonden met de uitoefening van het koningschap. Privé inkomen en privévermogen zijn niet vrijgesteld.

Indien een belastingplichtige zich in de zelfde situatie bevindt als de Koning, heeft hij er recht op om voor de inkomstenbelasting gelijk te worden behandeld als de koning. Aan deze voorwaarde voldoet de betreffende belastingplichtige niet.

Send this to a friend