Toggle navigation

Contact

Bel onze adviseurs
020 - 344 59 00,
of e-mail ons geheel
vrijblijvend
info@koppeladvies.nl

Geschreven door:
Marijn Bitter

26-01-2012

Uitslag sport tegen fiscus 3 – 0

Uitslag sport tegen fiscus 3 – 0

Behandeling van profsporters in fiscaliteit trekken altijd de aandacht in de jurisprudentie. In een recente casus voor de Rechbank Breda laat de fiscus zien dat zij zich niet altijd professioneel opstellen en een achterhaalde tacktiek in deze wedstrijd gebruiken. De rechtbank maakt als goed scheidsrechter in deze wedstrijd echter korte metten met de inspecteur. Alle bezwaren toewijzen, veroordelen in de kosten en dan nog een imateriele schadevergoeding. Einduitslag profsporter fiscus: 3 – 0. Game, Set and Match; KO; down and out; game over!

Wat speelde er in deze casus:
Belanghebbende (X) is – als profsporter – in dienstbetrekking werkzaam voor sportclub A nv. In 2002 heeft hij enkele perioden met de club in het buitenland doorgebracht. Ook is belanghebbende voor wedstrijden met het nationale team in het buitenland geweest. In geschil is de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Rechtbank Breda oordeelt – onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 9 februari 2007, nr. 40604 (BNB 2007/143) – dat belanghebbende recht heeft op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting voor het gedeelte van zijn basissalaris dat betrekking heeft op de dagen dat hij in het buitenland verbleef voor wedstrijden aldaar, inclusief de dagen die daarmee verband houden. Het recht op aftrek bestaat volgens de rechtbank niet voor zover het verblijf van belanghebbende in het buitenland betrekking had op trainingskampen. Deze dagen houden volgens de rechtbank namelijk geen verband met een publieksgericht optreden. De rechtbank stelt belanghebbende vervolgens ook in het gelijk met betrekking tot het aantal dagen (230) dat als noemer moet worden meegenomen in de voorkomingsbreuk. De rechtbank kent belanghebbende vervolgens ook nog een vergoeding van de werkelijke proceskosten toe, omdat de inspecteur – ondanks het arrest uit 2007 – bij zijn onhoudbare standpunt bleef. In verband met overschrijding van de redelijke termijn, kent de rechtbank tevens een immateriële schadevergoeding van € 2.500 aan belanghebbende toe. 

 

Bron: Vakstudie Nieuws

Send this to a friend