Toggle navigation

Contact

Bel onze adviseurs
020 - 344 59 00,
of e-mail ons geheel
vrijblijvend
info@koppeladvies.nl

Geschreven door:
Nico Koppel

11-07-2013

Geen compartimentering deelnemingsvoordeel

Geen compartimentering deelnemingsvoordeel

Werking deelnemingsvrijstelling
Door de werking van de deelnemingsvrijstelling zijn de voordelen die een BV of NV geniet uit een deelneming vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Tot de voordelen behoren niet alleen uitkeringen van dividend, maar ook de waardestijgingen van de aandelen. Er is sprake van een deelneming bij een belang in een andere vennootschap van 5% of meer. Tot 1 januari 2007 was de deelnemingsvrijstelling ook van toepassing op een belang van minder dan 5% dat als een gelijkgestelde deelneming werd aangemerkt. Vanaf 1 januari 2007 gold overgangsrecht voor gelijkgestelde deelnemingen, waardoor de deelnemingsvrijstelling nog tot 1 januari 2010 van toepassing was.

Ontwikkeling compartimentering deelnemingsvoordeel
De Hoge Raad is van oordeel dat het niet de taak van de rechter is om door de wetgever kennelijk gewenst maar niet geregeld overgangsrecht toe te passen. De Hoge Raad komt tot dit oordeel in een arrest over het al dan niet toepassen van de deelnemingsvrijstelling. Door de invoering van de Wet Werken aan Winst per 1 januari 2007 is de deelnemingsvrijstelling in de Vennootschapsbelasting gewijzigd.

Als gevolg van deze wijziging werd op twee 49%-belangen van een Nederlandse BV in vennootschappen in de Verenigde Arabische Emiraten de deelnemingsvrijstelling van toepassing. Tot 1 januari 2007 was dit niet het geval omdat de vennootschappen niet voldeden aan de tot die datum geldende eis dat zij aan een met de Vennootschapsbelasting vergelijkbare heffing onderworpen waren.

In 2007 keerden beide vennootschappen dividend uit. Een deel van de dividenden was toe te rekenen aan het jaar 2006. Dit gedeelte viel volgens de rechtbank niet onder de deelnemingsvrijstelling. Volgens de rechtbank geldt de door de Hoge Raad ontwikkelde compartimenteringsleer ook als het regime van de deelnemingsvrijstelling wijzigt door een wetswijziging en niet alleen wanneer een belang door uitbreiding kwalificeert als een deelneming. De Hoge Raad deelt deze opvatting niet. Als de wetgever bij wijziging van een wetsbepaling geen overgangsbepaling opneemt, moet worden uitgegaan van onmiddellijke werking van de gewijzigde bepaling.

De Wet Werken aan Winst bevat geen overgangsbepaling voor de aanpassing van de deelnemingvrijstelling in dit geval. Dat betekent volgens de Hoge Raad dat de per 1 januari 2007 geldende tekst van het betreffende wetsartikel van toepassing is op voordelen die met ingang van die dag worden gerealiseerd. Het is niet de taak van de rechter om de afwijkende oude wettekst te blijven toepassen op voordelen die kunnen worden toegerekend aan tijdvakken van voor die wetswijziging. De wetgever had in dit geval een regeling moeten treffen en kon niet volstaan met het opnemen van zijn ideeën in de toelichting op de wetswijziging.

De Hoge Raad heeft het belastbare bedrag over 2007 verminderd met het bedrag van het aan 2006 toe te rekenen dividend. De staatssecretaris van Financiën heeft naar aanleiding van dit arrest een wetswijziging aangekondigd.

Send this to a friend