Toggle navigation

Contact

Bel onze adviseurs
020 - 344 59 00,
of e-mail ons geheel
vrijblijvend
info@koppeladvies.nl

Geschreven door:
Nico Koppel

23-09-2011

Belastingplan 2012 Vennootschapsbelasting deel 2

Belastingplan 2012 Vennootschapsbelasting deel 2

In het belastingplan 2012 worden voor de Vennootschapsbelasting de volgende veranderingen ingevoerd

Research & Development aftrek
Er komt een Research & Development aftrek (RDA). De RDA behelst een nieuwe generieke fiscale faciliteit die tot doel heeft de directe kosten van R&D, niet zijnde loonkosten (die al worden gefacilieerd via de S&O-afdrachtvermindering), te verlagen. De RDA is op dit moment nog niet uitgewerkt, maar wordt later via een nota van wijziging in het Belastingplan 2012 opgenomen. Vanaf 2013 is een structureel budget van € 100 mln beschikbaar voor een RDA+, een kenniswerkersmobiliteitsregeling en een mogelijke verhoging van de S&O-afdrachtvermindering. De RDA+ bestaat uit een extra aftrekpost in de Vpb voor de bijdrage van bedrijven aan privaat-publieke topinstituten (PTI's) op het gebied van innovatie.

Modernisering vrijstelling zorginstellingen
De vrijstelling voor zorginstellingen wordt gemoderniseerd. Er wordt een inhoudelijke wijziging van de regelgeving voorbereid die op een later moment in werking zal treden. De modernisering voor 2012 blijft beperkt tot de aanpassing van enkele begrippen en een verduidelijking in de wettekst met betrekking tot de zorg voor bejaarden. De toepassing van de vrijstelling terzake van het aanbieden van woonruimte aan bejaarden wordt teruggebracht tot de verzorging van ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen. Het enkel verhuren van zorgvastgoed is onvoldoende om voor de vrijstelling in aanmerking te komen.

Aftrek fictieve kosten vrijwilligers
De regeling van de aftrek van fictieve kosten van vrijwilligers voor lichamen waarbij een algemeen maatschappelijk of sociaal belang op de voorgrond staat, wordt aangepast. Voor de begrippen "behartigen van een algemeen maatschappelijk of sociaal belang" wordt voortaan aangesloten bij het begrip ANBI, zoals dat met ingang van 1 januari 2012 op grond van de Geefwet in de AWR wordt opgenomen. De voorwaarde van het sociaal belang wordt in die zin versoepeld dat geen kwantitatieve eis meer wordt gesteld aan de mate waarin het sociaal belang behartigd moet worden. Ook wordt voorgesteld om de bewijslast van "(ernstige) concurrentieverstoring" niet meer bij de inspecteur te leggen, maar dit zo nodig te regelen bij ministeriële regeling.

Fondswervende instellingen
Voor de toepassing van de faciliteit voor fondswervende instellingen worden de inzet van vrijwilligers en de kenbaarheid van de fondswervende activiteiten uitdrukkelijk als voorwaarden in de Wet Vpb opgenomen. Hierbij speelt een tweetal factoren een belangrijke rol: (a) de kenbaarheid ten aanzien van de bestemming van de opbrengst – voor ten minste 90% voor het goede doel – en (b) de vrijgevigheid bij de afnemers of kopers van de diensten of producten. De activiteiten moeten bovendien ten minste in belangrijke mate met behulp van vrijwilligers worden verricht. De opbrengst van de fondswervende activiteiten moet (nagenoeg) uitsluitend worden uitgekeerd aan een ANBI ingevolge de statuten of een separate overeenkomst. Een fondswervende instelling wordt voor het deel van de winst dat niet wordt uitgekeerd, maar dat ter beschikking blijft van de eigen onderneming, in de Vpb-heffing betrokken.

ANBI-status ook bij commerciële activiteiten
De uitoefening van commerciële activiteiten staat in beginsel niet in de weg aan het verkrijgen of behouden van de ANBI-status. Er komt een beleidsbesluit waarin een ruimhartiger beleid wordt voorgeschreven met betrekking tot commerciële activiteiten van ANBI's. Vereist blijft wel dat de instelling (nagenoeg) uitsluitend het algemeen nut moet beogen.

Definitie ANBI
Een vennootschap met in aandelen verdeeld kapitaal, een coöperatie, een onderlinge waarborgmaatschappij of een andere rechtsfiguur waarin bewijzen van deelgerechtigdheid kunnen worden opgenomen, kunnen niet meer als ANBI worden aangemerkt.
De definitie van een ANBI wordt overgeheveld van de Wet IB 2001 naar de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Het ANBI-begrip zal nader worden ingevuld door een opsomming van doelen die beschouwd worden als van algemeen nut.

Verruiming giftenaftrek Vpb
De giftenaftrek in de Vpb wijzigt als volgt:
• De drempel van € 227 vervalt.
• Het totale bedrag dat per jaar als aftrekbare gift kan worden aangemerkt, wordt verhoogd van maximaal 10% van de winst naar maximaal 50%, waarbij het totaal aan aftrekbare giften per jaar niet meer mag bedragen dan € 100.000.
• De aftrek van giften aan ANBI's die als culturele instelling (een ANBI die zich voor meer dan 90% op cultuur richt) zijn aangemerkt, wordt verder gestimuleerd door het introduceren van een verhoging van 50% (zie punt hierna).

Multiplier giftenaftrek
• Er komt een multiplier in de giftenaftrek in zowel de IB als in de Vpb voor giften aan culturele instellingen. Hierdoor mogen giften aan een dergelijke ANBI in de IB onbegrensd en in de Vpb tot een gezamenlijk bedrag van maximaal € 5.000 worden vermenigvuldigd met een factor 1,5. In verband met staatssteunaspecten wordt de multiplier in de giftenaftrek ter goedkeuring voorgelegd aan de Europese Commissie. De multipliers in de IB en de Vpb vervallen vijf jaar na de inwerkingtreding. Instellingen die als culturele instelling zijn aangemerkt, worden op de door de Belastingdienst gepubliceerde ANBI-lijst van een herkenningsteken voorzien. De inspecteur beslist op een verzoek tot aanmerking als culturele instelling bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Stimulering cultureel ondernemerschap
-De winstdrempel voor de vrijstelling in de Vpb voor ANBI's en SSBI's wordt verdubbeld tot € 15.000 op jaarbasis of € 75.000 over het jaar zelf en de vier voorafgaande jaren tezamen. Voor de berekening van de drempel wordt aangesloten bij de regels voor fiscale winstberekening. De fondswerversaftrek en de bestedingsreserve blijven hierbij buiten beschouwing. Is in enig jaar verlies geleden dan wordt de winst voor dat jaar op nihil gesteld. De eis vervalt dat het algemeen of sociaal belang op de voorgrond moet staan. ANBI's en SBBI's en andere stichtingen en verenigingen die via (cultureel) ondernemerschap hun eigen inkomsten genereren worden op deze wijze niet meer geconfronteerd met de administratieve en financiële lasten die samenhangen met het doen van aangifte.
-Culturele instellingen krijgen de mogelijkheid te kiezen voor een integrale belastingplicht. In dat geval kunnen gedeeltelijk belastingplichtige culturele stichtingen en verenigingen de winsten uit het ondernemingsgedeelte salderen met de exploitatietekorten uit het niet-ondernemingsdeel. Het verzoek voor integrale belastingplicht moet bij de inspecteur worden ingediend en hij beslist bij een voor bezwaar vatbare beschikking. De optie geldt voor een periode van minimaal 10 jaar of een veelvoud daarvan. Ook buitenlandse lichamen die zijn aangemerkt als culturele instelling kunnen opteren voor integrale belastingplicht.
-Het vormen van een (her)bestedingsreserve wordt verruimd. De verruiming geldt voor culturele instellingen en voor verenigingen en stichtingen die een sociaal belang behartigen en de winst hoofdzakelijk realiseren door de inzet van vrijwilligers. Dotaties aan de bestedingsreserve leiden tot uitstel van Vpb en als de reserve volledig wordt aangewend, kan zelfs sprake zijn van afstel van belastingheffing.

Codificatie voorwaarden vrijwilligersvergoeding
De voorwaarden voor aftrekbaarheid van de vrijwilligersvergoedingen worden wettelijk vastgelegd.

Verruiming vrijwilligersregeling loonbelasting
De kring van instellingen waarvoor de vrijwilligersregeling geldt, wordt verruimd voor de vrijwilligers van een ANBI die een vergoeding ontvangen van maximaal € 150 per maand en € 1.500 per kalenderjaar en die niet in dienstbetrekking zijn bij die ANBI. Hierdoor kunnen ook ANBI's die wel aan de Vpb zijn onderworpen voor hun vrijwilligers gebruik maken van de faciliteit. ANBI's die niet Vpb-plichtig zijn of vrijgesteld zijn, kwamen al in aanmerking voor de faciliteit. Bij giften die bestaan uit het afzien van een vergoeding voor daadwerkelijk gemaakte kosten, geldt dat sprake moet zijn van kosten die naar algemeen aanvaarde maatschappelijke opvattingen behoren te worden vergoed, zoals reiskosten. Ook als de vrijwilliger geen vergoedingsregeling heeft getroffen met de ANBI kunnen dergelijke daadwerkelijk gemaakte kosten in aftrek worden gebracht. Bij het afzien van een vergoeding voor autokosten per auto (anders dan per taxi) wordt een gift in aanmerking genomen tot € 0,19 per kilometer. Er is een anticumulatieregeling opgenomen waardoor het bedrag van de aftrek van de werkelijke kosten moet worden verminderd met de forfaitaire kostenvergoeding.

Uitbreiding soepele herziening van VA's naar Vpb
De soepele herziening van voorlopige aanslagen (VA's) in de inkomstenbelasting wordt uitgebreid naar VA's vennootschapsbelasting. Het herzieningsverzoek wordt door de inspecteur gehonoreerd voorzover de VA waarop het verzoek betrekking heeft op een ander bedrag is vastgesteld dan het bedrag waarop de aanslag, na verrekening van de VA's en voorheffingen, vermoedelijk zal worden vastgesteld. Tegen de beslissing van de inspecteur tot (gedeeltelijke) afwijzing van een herzieningsverzoek, is bezwaar mogelijk. De staatssecretaris streeft ernaar om in het Belastingplan 2013 de herzieningsprocedure op te nemen in de AWR en deze dan te laten gelden voor alle aanslagbelastingen, maar in elk geval voor definitieve aanslagen inkomstenbelasting.

Bron: Register Belastingadviseurs

Send this to a friend