Toggle navigation

Contact

Bel onze adviseurs
020 - 344 59 00,
of e-mail ons geheel
vrijblijvend
info@koppeladvies.nl

Geschreven door:
Nico Koppel

22-09-2011

Belastingplan 2012 Vennootschapsbelasting deel 1

Belastingplan 2012 Vennootschapsbelasting deel 1

In het belastingplan 2012 worden voor de Vennootschapsbelasting de volgende veranderingen ingevoerd

Beperking aftrek excessieve rente overnameholding
Er komt een renteaftrekbeperking voor overnameholdings die met groeps- of bankleningen een onderneming overnemen en daarmee vervolgens een fiscale eenheid (f.e.) vormen. De rente over overnameschulden is voortaan slechts aftrekbaar tot het bedrag van de winst van de f.e. verminderd met het aandeel daarin van de geheel of gedeeltelijk met een schuld gefinancierde overgenomen maatschappij en vermeerderd met de rente over de overnameschulden. Daarbij worden de geheel of gedeeltelijk met vreemd vermogen gefinancierde overnames van het jaar zelf en van eerdere jaren samen genomen. Een negatief aandeel van de met een schuld gefinancierde overgenomen maatschappijen verhoogt de maximaal aftrekbare rente. De aftrekbeperking geldt voor schulden die verband houden met de verwerving van een middellijk of onmiddellijk belang in een lichaam, zolang dat lichaam deel uitmaakt van een f.e. met de overnemer. Het gaat om schulden die voortvloeien uit een overeenkomst van geldlening of een andere overeenkomst die daarmee in economische zin te vergelijken is zoals finance lease of huurkoop. De overnameholdingmaatregel geldt ook voor derdenrente. Renteloze leningen blijven buiten beschouwing. Bij de aftrekbeperking wordt een bedrag van € 1 mln ongemoeid gelaten en blijft de aftrek in stand voorzover de f.e. na de overname niet bovenmatig met vreemd vermogen is gefinancierd. Van een te veel aan vreemd vermogen is sprake voorzover de schulden van de f.e. gemiddeld meer bedragen dan twee maal het eigen vermogen. De maatregel tegen overnameholdingconstructies heeft een eerbiedigende werking voor bestaande situaties. De overnamerente wordt in aftrek beperkt als het overnames betreft die op of na 1 januari 2012 plaatsvinden.

Nieuwe regeling voor buitenlandse ondernemingswinsten
Er komt in de Wet Vpb een nieuwe regeling voor buitenlandse ondernemingswinsten die bestaat uit drie elementen: (1) een objectvrijstelling voor (actieve) buitenlandse ondernemingswinsten, (2) een regeling voor laagbelaste buitenlandse beleggingsondernemingen en (3) een regeling voor de aftrek van per saldo geleden verliezen als een belastingplichtige ophoudt winst uit een andere Staat te genieten. De hele regeling wordt opgenomen in de Wet Vpb, waardoor het deel van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 dat betrekking heeft op de Vpb grotendeels vervalt, net als de regeling in de Wet Vpb die betrekking heeft op de omzetting van een vaste inrichting (v.i.) in een deelneming. Door invoering van een objectvrijstelling wordt de fiscale behandeling van buitenlandse v.i.'s meer gelijkgetrokken met de behandeling van deelnemingen. Bij de objectvrijstelling worden zowel de positieve als de negatieve resultaten van de buitenlandse v.i. uit de wereldwinst geëlimineerd. Hierbij is niet van belang of de voordelen in het land van de v.i. in de belastingheffing worden betrokken. De onderworpenheidseis voor de voorkoming van dubbele belasting met betrekking tot winsten van actieve v.i.'s vervalt. Verliezen van buitenlandse v.i.'s die definitief zijn bij staking van de activiteiten of overdracht ervan aan een derde worden wél in aftrek toegelaten. Net als bij de deelnemingsvrijstelling komt er een regeling om constructies via laagbelastende landen tegen te gaan. De regeling houdt in dat voor voordelen uit zogenoemde passieve v.i.'s in laagbelastende landen de objectvrijstelling niet geldt. In plaats daarvan wordt voor positieve voordelen verrekening gegeven. Negatieve voordelen worden beperkt in aanmerking genomen.

Buitenlandse belastingplicht stichtingen en verenigingen
In verband met het Europese recht wordt de buitenlandse belastingplicht aangepast van in het buitenland gevestigde lichamen die naar buitenlands recht zijn opgericht en vergelijkbaar zijn met naar Nederlands recht opgerichte verenigingen of stichtingen of die een kerkgenootschap zijn. Deze buitenlandse lichamen worden voortaan alleen in de Vpb betrokken voorzover zij een onderneming drijven.

Buitenlandse aanmerkelijk-belangregeling
De buitenlandse aanmerkelijk-belangregeling (a.b.-regeling) wordt aangepast, omdat wordt getwijfeld over de verenigbaarheid ervan met het EU-recht. Het kabinet wil de buitenlandse a.b.-regeling niet geheel afschaffen, maar heeft gerichte anti-misbruikbepalingen getroffen. Daartoe wordt aan de buitenlandse a.b.-regeling de aanvullende voorwaarde toegevoegd dat het a.b. door het buitenlandse lichaam moet worden gehouden met als voornaamste doel of een van de voornaamste doelen het ontgaan van Nederlandse inkomsten- of dividendbelasting bij een ander. Daarnaast wordt een anti-misbruikmaatregel in de Wet dividendbelasting voorgesteld op grond waarvan een coöperatie, die (in)direct aandelen houdt om de heffing van Nederlandse dividendbelasting of buitenlandse belasting bij een ander te ontgaan, inhoudingsplichtig wordt voor de dividendbelasting.

Bestedingsreserve
De omschrijving in artikel 12, lid 1, van de Wet Vpb van lichamen die gebruik kunnen maken van de bestedingsreserve wordt zodanig gewijzigd dat daaronder lichamen vallen die zijn aangemerkt als culturele instelling als bedoeld in artikel 2, lid 3, onderdeel n, van de AWR of kleine organisaties (stichtingen of verenigingen) op het terrein van sport, spel en hobby's. Voor deze kleine organisaties geldt als eis dat het gaat om niet-commercieel gerichte organisaties, hetgeen tot uitdrukking is gebracht in de voorwaarde dat de winst hoofdzakelijk moet worden behaald met behulp van vrijwilligers. Verder is de term herbestedingsreserve vervangen door bestedingsreserve. Herbesteden impliceert een vervanging, terwijl de toepassing van de reserve ruimer is, omdat die ook kan worden gebruikt voor nieuwe investeringen en projecten die binnen de onderneming worden aangewend. Hieronder vallen niet aan derden ter beschikking gestelde onroerende zaken. De termijn van reserveren wordt verruimd van drie naar vijf jaar.

Bron: register belastingadviseurs

Send this to a friend