Toggle navigation

Contact

Bel onze adviseurs
020 - 344 59 00,
of e-mail ons geheel
vrijblijvend
info@koppeladvies.nl

Geschreven door:
Nico Koppel

04-04-2013

Bedrijfsopvolgingsregeling niet discriminatoir

Bedrijfsopvolgingsregeling niet discriminatoir

Om te voorkomen dat een materiële onderneming in financiële problemen terecht komt als gevolg van het overlijden van de ondernemer of bij schenking van de onderneming, is de bedrijfsopvolgingsregeling in het leven geroepen. Als eis voor toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit geldt dat de de verkrijger de onderneming tenminste vijf jaren voortzet.

Wie geen materiële onderneming verkrijgt, heeft geen recht op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit. Bij verkrijgingen van privévermogen en ondernemingsvermogen spelen verschillende risico’s een rol. Dergelijke verkrijgingen zijn geen gelijke gevallen.

Volgens Hof Arnhem heeft de wetgever met het maken van een onderscheid tussen de verschillende typen vermogens een gerechtvaardigd doel voor ogen gehad en de hem toekomende ruime beoordelingsruimte niet overschreden. Ook bij de latere aanpassingen van de bedrijfsopvolgingsregeling, waarbij steeds hogere vrijstellingspercentages zijn toegepast, heeft de wetgever zich voldoende rekenschap gegeven van de aanwezigheid van de te bestrijden liquiditeitsproblemen in de praktijk.

De rechtbank Breda oordeelde in een vergelijkbare zaak onlangs dat na de verhoging van de vrijstellingspercentages voor de bedrijfsopvolgingsregeling wel sprake was van verboden ongelijke behandeling.

Send this to a friend